Bult-blog (1): Zwarte doos

Er zijn in Nederland tegen de zesduizend voormalige stortplaatsen en één daarvan ligt in Roomburg. De Bult in Leiden heeft een oppervlak van ongeveer elf voetbalvelden en steekt zo’n 4,5 meter onder het oppervlak. Het hoogste punt reikt tot zo’n vijftien meter boven het maaiveld. In de periode dat de stortplaats geopend was – van 1964 tot 1977 – is kortom een flinke heuvel ontstaan. Het afval is op sommige plekken twintig meter dik.

De buitenkant van de Bult bestaat uit een laag aarde van maximaal een meter dik; eronder zit huisvuil, puin, maar ook bedrijfsafval en chemisch afval. Dat laatste blijkt bijvoorbeeld uit officieuze naamgeving van sectoren van de Bult. De noordkant kreeg ooit de naam ‘oliedriehoek’,  omdat daar oliehoudend afval werd geloosd. De zuidoostzijde staat te boek als ‘chemische hoek’.

Oliedriehoek

Namen vertellen niet veel. De hoeveelheden en samenstelling van in Roomburg gestort chemisch afval zijn lastig te reconstrueren. Die onduidelijkheid levert ruimte voor speculatie en zorgen over risico’s. Het kan daarbij bij gebrek aan harde gegevens altijd twee kanten op: óf het valt allemaal wel mee, óf er kan toch nog ooit iets ernstigs gebeuren. Bijvoorbeeld doordat gevaarlijke afvalstoffen opeens na tientallen jaren alsnog weglekken naar het grondwater.

Puinstort op de Bult in 1975. Foto Gemeente Leiden, afdeling Monumentenzorg via Erfgoed Leiden

Oude vuilstorten worden daarom soms beschouwd als een ‘zwarte doos’. Dat is op zich wel een treffende omschrijving als je niet precies weet wat er ligt. Maar inmiddels is er door onderzoek aan oude vuilstorten elders in Nederland meer bekend over wat er binnenin zo’n heuvel gebeurt, en wat er allemaal aan de onderkant van een vuilstort kan uitsijpelen. Die kennis heeft geleid tot andere ideeën over beheer van voormalige vuilstortlocaties. Het kan daarom zinvol zijn om verder te kijken dan de Bult.

Grondwaterbemaling

Begin jaren negentig werden oude vuilstorten soms ook aangeduid als ‘chemische tijdbommen’. Dat idee werd stevig gevoed door misstanden op voormalige vuilstortlocaties in de Coupé-polder in Alphen aan den Rijn, en vooral rond de Volgermeerpolder en Diemerzeedijk bij Amsterdam. Die locaties zijn ernstig vervuild met chemisch afval, en zijn daarom later op verschillende manieren geïsoleerd met een bijvoorbeeld een damwand, hermetische afdeklaag, en grondwaterbemaling.

Dat zijn wel uitzonderingen, want de meerderheid van de honderden oude stortplaatsen in Nederland ligt gewoon in het landschap. Er lekken stoffen uit, maar de vervuiling die dat veroorzaakt wordt op de meeste onderzochte vuilstortplaatsen als niet heel ernstig beschouwd. “Informatie heeft geleid tot de conclusie dat de ernst van het probleem – ook in financiële zin – meevalt ten opzichte van de aanvankelijke inschatting”, schreven onderzoekers in 2005 (pdf) na onderzoek op 3600 locaties.

De Bult in Leiden wordt al vijftien jaar beheerd en gemonitord. Aan het begin van de eeuw is besloten om een ringsloot aan te leggen. Het grondwaterpeil in de Bult wordt met pompen verlaagd. Er kan zo geen grondwater uit de Bult naar de omgeving stromen. Het opgepompte water wordt geloosd op het riool. Laboratoriummetingen hebben de afgelopen jaren laten zien dat er geen grote hoeveelheden schadelijke stoffen uit de Bult lekken. Dat is de reden waarom de gemeente met het plan is gekomen om de grondwaterbemaling stoppen, en over te gaan tot monitoring van het grondwater.

Oude discussies

Daarmee laait een oude discussie weer op: over eventuele vervuiling, kans op verspreiding en risico’s. Toch is het debat over de Bult niet helemaal terug op het punt van de jaren 1990. Zoals gezegd is er meer bekend geworden over hoe oude vuilstorten zich gedragen. Kort samengevat komt het erop neer dat niet alles wat er ooit is gestort er op een gegeven moment kan uitlekken. Gft-afval wordt bijvoorbeeld geleidelijk afgebroken door bacteriën, andere vervuiling blijft plakken aan kleideeltjes, zand of veen. Er zijn zelfs microben gevonden die industriële chemicaliën als benzeen en tolueen onschadelijk maken. Er zit net als in een composthoop letterlijk leven in een oude vuilnisbelt. De binnenkant is geen verstilde, ondergrondse opslag. 

Verspreiding van vervuiling via grondwater wordt mede bepaald door de ondergrond: zand, veen en klei sturen de grondwaterstroming en reis die vervuiling kan afleggen. De Bult heeft een voorgeschiedenis als zandwinput, die eerst deels is opgevuld met baggerslib en veen. Die ‘badkuip’ plus de bodemstructuur in de omgeving zijn mede bepalend voor de weg die vervuiling al dan niet kan afleggen.  

Risicobeleving

Als je alle beschikbare kennis en onderzoeken op een rij zou kunnen zetten, komen daar dan definitieve antwoorden en zekerheden uit? Je zou het misschien hopen, maar ik verwacht het niet. Al was het maar om de simpele reden dat het inschatten van risico’s niet alleen wordt bepaald door feitenkennis en rapporten. Risicobeleving heeft ook alles te maken met nabijheid: wie naast de Bult een woning heeft gekocht, beleeft een eventueel risico van grondwatervervuiling echt anders dan iemand die in het centrum van Leiden woont. Daarom alvast een voorspelling: de discussie over toekomstig beheer van de Bult zal niet op basis van uitsluitend de wetenschap worden beslecht.  

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *